Schulers Books Online

books - games - software - wallpaper - everything

Bride.Ru

Books Menu

Home
Author Catalog
Title Catalog
Sectioned Catalog

 

- Fulco de Minstreel - 30/34 -


zaak van enkele uren. Moet daarvoor het leven van acht onzer worden opgeofferd? Ook dat van u, Edele Vrouwe? Neen, laten wij ons overgeven; dan wordt toch aan de helft onzer het leven gespaard en de vrijheid geschonken, en ook gij hebt dan nog kans, uw leven te behouden. God weet, hoe gaarne ik het mijne voor u zou geven. Ik ben voor de overgave."

"Dodo heeft gelijk," zeiden verscheidene stemmen. "De burcht is toch verloren en nu hebben wij nog n kans van de twee, dat wij het leven behouden. Geef den burcht over, Edele Vrouwe."

"Het zij zoo," sprak Bertha. "Dus gij allen wilt het?" "Ja, ja!" klonk het overal.

Alleen de schildknaap liet zijn kort "neen" hooren.

"Laat de vrouwen en kinderen zich dan gereed maken om te vertrekken en haalt den bediende van Vianen uit den kerker. Ik zal mij op den muur begeven om Vianen ons besluit mede te deelen."

Aan den arm van Jonker Jan beklom Bertha de trappen. Zij zag doodsbleek en haar arm beefde in dien van haar trouwen schildknaap. Tranen vloeiden haar langs de wangen.

Vianen kwam, zoodra zij op den muur verscheen, terug.

"Heer van Vianen," zeide Bertha, "ik geef u den burcht op de gestelde voorwaarden over. Doch nog n vraag wensch ik te doen. De helft der bezetting zal sterven, niet waar? Maar de andere helft, zal die vrj zijn? Belooft gij dat op uw ridderwoord?"

"Ik beloof het, Edele Vrouwe," zeide Vianen. "Welnu, dan geef ik u den burcht over. Gij kunt door de hoofdpoort binnentrekken, nadat eerst de vrouwen en kinderen daar uitgegaan zijn. Laat eene horde over de gracht leggen, want de valbrug is vernield."

"Het zal geschieden," antwoordde Vianen.

Bertha, met den kleinen Karel, Vianens kind, aan de hand, en haar vijftien krijgslieden, verzamelden zich op de binnenplaats. Onbeschrijflijk aandoenlijk was het tooneel, dat nu volgde. Met tranen in de oogen reikte zij allen de hand en dankte zij hen voor hunne trouw en liefde. De krijgslieden schreiden, en zij schaamden zich hunne tranen niet.

Toen kwamen de vrouwen en kinderen en namen van allen afscheid. Sommigen zagen immers hun echtgenoot of vader voor de laatste maal? Anderen begaven zich naar de sombere plaatsen onder de groote lindeboomen en snikten een laatst vaarwel toe aan de dooden...

't Was aangrijpend.

Daar werd ook een afgrijslijk gegil hoorbaar--de angstkreten van een veroordeelden misdadiger. Peer werd uit zijn kerker gehaald. Het gejammer van den ongelukkige vervulde iedereen met afschuw, maar ook met deernis. Men wist toch, dat zijne straf vreeselijk zou zijn.

"Maak er een einde aan, Jonker," zeide Bertha. "Open de poort!"

De Jonker gehoorzaamde. Zijne vingers trilden, toen hij den sleutel in het slot stak en zijne oogen vulden zich met tranen.

Daar gingen de zware deuren open,--en een uitbundig gejuich steeg op onder de vijanden.

Bertha wendde den blik af... en tuurde naar het vaandel van IJselstein, dat nog van den toren wapperde.

Nu trokken de vrouwen en kinderen met gebogen hoofd de poort uit, de horde over. De rijen der vijanden openden zich. Men liet hen ongedeerd heengaan.

Toen trok Vianen binnen, gevolgd door zijne juichende krijgers.

Bertha trad hem met den kleinen Karel tegemoet en reikte hem het kind over.

Een oogenblik werd Vianen verteederd, toen hij zag, hoe liefdevol het knaapje de Edelvrouw aanblikte. Hij trok zijn kind bij zich op het paard en kuste het vurig.

Maar spoedig gaf hij het een dienaar over en zijn gelaat nam de gewone stroeve uitdrukking weer aan.

Intusschen hadden de krijgsknechten de binnenplaats bezet. Bertha en hare dapperen stonden in het midden.

Thans rukte Peer zich los en wierp zich kermend voor de hoeven van het paard zijns meesters. Verschrikkelijk klonken zijne jammerklachten.

Maar nauwelijks had Vianen hem gezien, of hij trok zijn zwaard en gaf hem met het scherp een slag over het gelaat.

"Dr, hond!" brulde hij. "Sluit hem op!" gebood hij toen aan een paar krijgsknechten, welk bevel onmiddellijk werd uitgevoerd. Toen reed hij op Bertha toe, en sprak toornig:

"Wat nu, Vrouwe! Houdt gij aldus de bepalingen van de overgave? Denkt gij, dat ik mij zoo gemakkelijk laat bedriegen? Waar is de bezetting, die zich aan mij zou overgeven?"

Doch Bertha wees kalm op de vijftien mannen, die haar omringden, en zeide:

"Ziehier de geheele bezetting. Bedriegen ligt niet in mijn karakter."

"Gij liegt, Vrouwe!" bulderde Vianen woedend. "Zouden vijftien mannen in staat zijn, mij zoolang te werstaan? Gij liegt, zeg ik u, en ik eisch, dat zij zich allen overgeven!"

"Nog eens zeg ik u, dat dit de geheele bezetting is," antwoordde Bertha kalm. "Het gansche kasteel is ledig."

Verwonderd staarde Vianen het kleine hoopje volks aan, en een blos van schaamte verfde zijne kaken bij de gedachte, dat vijftien mannen zijne geduchte macht zoolang weerstand hadden geboden.

"'t Is wel!" riep hij uit, en zich tot zijne krijgers wendende, gebood hij:

"Sluit ze allen op! De kerkers hebben plaats genoeg!"

Maar daar trok plotseling Jonker Jan het zwaard, dat nog altoos aan zijne zijde hing.

"Bij St. Joris, dat zal niet gebeuren!" donderde hij Vianen toe. "De Edelvrouwe zal den kerker niet binnentreden!"

"Slaat hem dood!" schreeuwde Vianen. "Wat denkt die knaap wel! Slaat hem dood!"

Stellig zou dat bevel uitgevoerd zijn, indien Bertha niet tusschenbeide getreden ware.

"Steek dat zwaard op, Jonker!" gebood zij. "Ik heb immers gestreden, evenals gijlieden? Waarom zou ik dan in hetzelfde lot niet deelen? Steek het zwaard op, Jonker. Vianen is in zijn recht, al kon hij anders handelen."

Jonker Jan gehoorzaamde onwillig. Spoedig werden allen ontwapend en in een kerker opgesloten.

Vianen trok den burcht binnen en nam in naam van Graaf Jan van alles bezit. Hij liet het wapen van IJselstein van den toren halen en den Hollandschen liebaard daarvoor in de plaats stellen. Toen zond hij een renbode naar 's-Gravenhage, om den Graaf en Heer Wolfert van Borselen van den val van IJselstein kennis te geven.

Daarna liet hij Peer uit zijn kerker sleuren en sprak het vonnis over hem uit. 't Was een verschrikkelijk vonnis: hij moest geradbraakt worden. Het werd op staanden voet uitgevoerd. Onder de ijselijkste kreten liet hij het leven...

Vianen zond zijn kind onder een gewapend geleide naar zijn kasteel terug en voerde zelf zijne gevangenen in triomf naar Dordrecht, waar hij door zijn vriend Aloud met gelukwenschen werd ontvangen. Doch de poorters van die stad ontblootten overal, waar Bertha en hare dienaren voorbijtrokken, eerbiedig het hoofd. Zij bewezen hulde aan de betoonde dapperheid.

Heer Wolfert van Borselen, die steeds op eigen voordeel bedacht was, schonk het rijke IJselstein aan zijne gemalinne in eigendom.

HOOFDSTUK 10

De loting

Er heerschte eene ongewone drukte op het marktplein vr het stadhuis te Dordrecht. Honderden menschen waren daar samengestroomd om het vreeselijke schouwspel bij te wonen, dat daar zou worden afgespeeld; de dappere verdedigers van IJselstein zouden straks voor den hoogen rechter moeten verschijnen, ten einde te loten om leven en dood. Op het midden van het plein was reeds alles in gereedheid gebracht, om het vonnis te voltrekken; acht galgen verhieven zich dreigend boven de hoofden van de toegestroomde menigte.

Maar het was niet de gewone drukte, die daar anders heerschte, als de eene of andere misdadiger zijne wandaden met het leven zou boeten. Men hoorde geen schertsen of lachen en niemand vermaakte de omstanders met zijne spotternijen over de stuiptrekkingen van hen, die straks hun laatsten strijd zouden strijden.

Neen, 't waren slechts sombere en dreigende gelaatstrekken, die gezien werden; toorn en verontwaardiging stond te lezen in de fonkelende oogen der vernederde poorters, en als hun blik, doelloos ronddwalende, de rij van galgen ontmoette, greep de hand onwillekeurig naar het zwaard en siste eene verwensching tusschen de gesloten lippen.

Er werd weinig gesproken, de meesten zwegen, maar--de vurige blikken, die telkens op het stadhuis werden gericht, zeiden genoeg. Het woelde en kookte in de harten dier mannen, en in hun binnenste was het als een smeulend vuur, dat slechts een vonkje noodig had, om de vlammen te doen uitslaan. En dan--dan zou hunne wraak vreeselijk zijn.

Al meer en meer kwam het volk toestroomen. Het werd rumoeriger onder de menigte. Hoor, klonk daar zelfs geen kreet?

"Weg met Aloud! Den dood aan Aloud!"


Fulco de Minstreel - 30/34

Previous Page     Next Page

  1   10   20   25   26   27   28   29   30   31   32   33   34 

Schulers Books Home



 Games Menu

Home
Balls
Battleship
Buzzy
Dice Poker
Memory
Mine
Peg
Poker
Tetris
Tic Tac Toe

Google
 
Web schulers.com
 

Schulers Books Online

books - games - software - wallpaper - everything